Leve de prins-en-wagen

Maaseik heeft na meer dan 20 jaar nog eens een stadsprins en na meer dan 30 jaar iemand van de Markt … en of de Markt daar blij mee is?

In eerste instantie zeker niet want geen traditie van wijkwerking en geen kas voorradig. Bovendien valt dit jaar alles erg vroeg en bijgevolg is er weinig tijd tussen de zitting en de stoet voor het klaarstomen van een traditionele prinsenwagen.

Het aantal bewoners op de Markt loopt ook terug. Wie er nog woont, kan zich het hekwerk rond de gebroeders Van Eyck herinneren en daarom wordt tijdelijk de Bleumerwijk geannexeerd. Die kampt net als de Eikerstraat met veel nieuwe bewoners die (te) weinig affiniteit hebben met  Maaseik, laat staan met het in elkaar steken van een prinsenwagen.

Gelukkig vormen carnavalisten een hechte familie en springen oud-prinsen en oud-vorsten met hun gemalin bij om te helpen. Spoortrekkers * van dienst zijn prins Johan I en zijn vrouw Karin, bijgestaan door verschillende vrijwilligers uit andere wijken. Dankzij hen raakt de prinsenwagen op tijd klaar.

Het lijkt alsof de Maaseikenaar een gave heeft. Op het ogenblik dat er iets dient te staan, slaagt hij erin om er iets moois van te maken, ondanks moeilijke omstandigheden. Dat was in het verleden zo en recenter bij de eerste Levensloop, 150 jaar Van Eyck en nu bij het maken van een historische prinsenwagen voor de Markt.

Roosjes

De Halfvastenstoet is immers niet alleen de oudste optocht van het land, de prinsenwagen kent ook een bijzondere historie. Hij wordt vervaardigd met honderdduizend(en) handgemaakte papieren roosjes.

En niet alleen de roosjes worden met de hand gemaakt . Ook ijzeren staven – ter dikte van een betonijzer – worden één voor één zorgvuldig en geduldig met de hand geplooid tot de gewenste vorm voor het geraamte van de wagen.

In een quasi onverwarmde loods waar het vallen van de ijzer draden weerklinkt als de galm van een kerkklok en het ruikt naar brandstof en olie zoals in een herstelplaats, wordt er geknutseld zoals wij dat vroeger deden met Meccano.

Het ontbreekt niet aan goede moed, doorzettingsvermogen, ouderwetse collegialiteit en drank en snoep. Zowel in de loods als op de plaats waar de roosjes gemaakt en gestoken worden. Eén voor één steekt iemand ze door kippengaas  terwijl een ander ze behoedzaam omplooit. Het aantal man- en vrouwuren dikt behoorlijk aan.

En we lachen en we babbelen en zo nu en dan komt er iemand met taart aandraven.

Spoortrekkers (*)

Naast het met de hand plooien van ijzer, het aan elkaar lassen en het maken en het steken van roosjes, heeft de prinsenwagen mij dit jaar nog iets bijgebracht.

Verenigingen alle slag kreunen onder het gebrek aan vrijwilligers. Jongeren gaan geen vrijwillig engagement meer aan. Zo dreigen waardevolle momenten en evenementen te verdwijnen. Het bouwen van deze prinsenwagen, doet mij met een gerust gevoel naar de toekomst kijken.

Er zijn immers nog voldoende mensen bereid om zich in te zetten. Op voorwaarde dat dit volledig vrijblijvend kan en zonder het moeten opnemen van veel verantwoordelijkheid.

Daarom hebben we spoortrekkers nodig. Mensen die zich projectmatig engageren en niet langer de kar maar het spoor trekken. Waardoor anderen kunnen volgen naar eigen goeddunken en op eigen tempo. Zonder zich van iets te moeten aantrekken buiten hun taak. Zonder verplichtingen en zonder lid te moeten worden van de club.

Alleen zo kunnen het middenveld en het verenigingsleven overleven.

De eerste grote test dient zich aan over 4 jaar. Dan vindt een nieuwe Harlindis & Relindis ommegang plaats. Die stoet heeft weinig te maken met de Halfvastenstoet in Maaseik. De totstandkoming  van deze prinsenwagen des te meer …

 

PS In de loods staan niet alleen prinsenwagen en ander zwaar materieel. Ook een middeleeuwse pijnbank. Daarop wordt iedere medewerker gelegd ingeval iets uitlekt over de wagen. Hij of zij die toegeeft klatsj te hebben gespeeld, moet kiezen. Een week lang afwassen in “Den Cleynen Keyser” of een jaar lang de gemeenteraad in Maaseik volgen.

 

Alle medewerkers zullen aan de hand van de foto in de loods de wagen herkennen en voor hen langs deze weg een dikke chapeau … omdat de prins hiertoe niet bij machte zal zijn als zijn mond openvalt van verbazing bij het zien van de wagen.