Het relaas

Maaseik is prachtig maar vaak ook een dorp met een hoed op. Zeker als het op politiek aankomt. Met gisteren een nieuw orgelpunt. Johan Tollenaere noemt mij publiek een leugenaar op Facebook. Aanleiding is het annuleren van de kerstbeurs in Maaseik.

Ik stelde hem – zowel publiek als in een persoonlijke e-mail – voor om de zaak uit te klaren want de discussie die op Facebook achterblijft, is geen fraai schouwspel.

Ik laat mij in ieder geval geen leugenaar noemen, ook niet door de burgemeester van Maaseik.

Duelleren kan niet. Mijn enig verweer zijn de feiten. Die zijn wat ze zijn en ik geef ze chronologisch weer. Naakt, ontdaan van alle subjectiviteit. De lezer zal zelf kunnen oordelen of de stad in de fout is gegaan. Wie meent dat de feiten niet stroken met de waarheid, nodig ik graag uit om onder het artikel te reageren.

Voorafgaand

Vorig jaar organiseerde ik een kerstwinkel op de Bosstraat. Het ging om 2 pop-upwinkels waarin 11 lokale ondernemers en creatievelingen participeerden. Enkele onder hen wilden hier dit jaar een vervolg aan breien. Ik wilde geen herhaling van die formule. Omdat na Kerstmis de gordijntjes weer naar beneden gaan en er kans is op verstoring van de markt. Ik geloof voor Maaseik wel in pop-ups als proefperiode. Dat schreef ik ook zo op Facebook.

Ik wilde dus een kerstbeurs opstarten, gedurende het weekend voor Kerstmis – in het grote en fraaie pand op de Markt, waar voorheen C&A Kids gevestigd was.

Op zich kan dat probleemloos, je hebt er geen vergunning voor nodig.

Fatsoenshalve en naar aanleiding van een eerdere confrontatie, stuurde ik toch volgende e-mail naar de stad.

Aanvraag

Enkele dagen later, komt de bestemmeling van de e-mail een zaak binnen op de Bosstraat, waar ik op mijn bestelling wacht. Ik knik goedendag en het diensthoofd stapt naar mij toe en begint een gesprek. Ze laat weten nog niet de kans te hebben gehad om op mijn e-mail te reageren. Ze schetst mijn bedoeling en die blijkt perfect te kloppen. Net als mijn vermoeden dat een aanvraag niet nodig is.

Volledigheidshalve check ik het nog een keer en laat weten van start te gaan.

Ik maak afspraken met de eigenaars van het pand, met De Starre die dan met vakantie blijkt te zijn, met Hotel Van Eyck voor wat de drankvoorziening betreft, ga op zoek naar tafels, muziek en versiering, plan nog een aantal andere zaken en contacteer mij bekende standhouders. Finaal lanceer ik de kerstbeurs op Facebook.

Vergunning

Niet veel later, ontvang ik een e-mail van het diensthoofd waarmee ik gesproken had. Blijkbaar had ik haar verkeerd begrepen. Er zou toch een vergunning nodig zijn.

Ik kom uit de lucht gevallen en verwijs naar ons onderhoud in de handelszaak.

Het diensthoofd antwoordt

In de handelszaak met allemaal mensen om ons heen kan ik je niet de hele wetgeving en andere regelgevingen gaan toelichten en in discussie treden met de uitbaatster er bij die vond dat de stad jouw organisatie dient goed te keuren. Dat is haar goed recht uiteraard maar je zal dus een officiële aanvraag dienen te doen.

Dit is op zijn minst een eigenaardige gang van zaken.

Enerzijds is er stikt genomen geen vergunning nodig. Anderzijds vergunt de stad ook niet bijvoorbeeld de kerstmarkt aan het Woonzorgcentrum.

Annulatie

In ieder geval dien ik op een zucht van de kerstactie te beslissen over het al dan niet indienen van een aanvraag tot het organiseren van een evenement. Ik laat het diensthoofd weten, dit te willen doen, op voorwaarde dat mijn aanvraag ontvankelijk wordt verklaard. Het is immers mogelijk om ze af te wijzen op grond van het laattijdig indienen. Die garantie krijg ik niet.

Ik contacteer de dienst die gaat over het behandelen van de aanvragen. Deze dienst blijkt een aantal dagen met vakantie te zijn. Ondertussen tikt de klok en dienen er kosten gemaakt te worden. Omdat er geen zekerheid is over de ontvankelijkheid van de aanvraag, laat staan de goedkeuring ervan, beslis ik om de kerstbeurs te annuleren middels volgend bericht

Ik zal mogelijk nooit weten wat zich bij de stad achter de schermen heeft afgespeeld in dit dossier.

Het is in ieder geval onder deze omstandigheden en in een verdere sfeer van beschuldigingen en verdachtmakingen door beleidsverantwoordelijken, voor mij onmogelijk om verder projecten ten gunste van de handel en wandel in onze binnenstad, op te zetten.