Ik blijf fietsen voor Maaseik

Een man alleen op zijn bakfiets. Optornend tegen een leger verkiezingsborden langs de weg. Een horde folders in de brievenbus. Een zwerm autostickers op de weg. Een salvo huisbezoeken en de meute op Facebook.

Hij heeft het niet gehaald.

Sinds 2017 woon ik (terug) in Maaseik. Deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezingen was dan ook niet evident.

Het was de eerste vraag die een lid van het partijbestuur mij stelde. Hoelang ben je weg geweest?

Lang, zag ik aan zijn gelaatsuitdrukking. Misschien wel te lang.

Bovendien heb ik geen grote familie en dus was – mede gezien mijn leeftijd – de plaats van “schermlijstduwer” wel aangewezen. Voor mijn natuurlijke achterban, is plaats 15 te ver weg.

Het was dus zoeken naar een andere doelgroep. En een manier om hen te bereiken. Politiek is immers niet alleen een zaak van vallen en opstaan … ook van staan en opvallen.

Bakfiets

Het werd dus een selfmade bakfiets. Eentje waarvan men vermoedelijk bij latere verkiezingen nog spreekt. De impact was immers enorm maar niet voldoende om verkozen te worden.

Het is geen eindpunt.

Ik blijf fietsen voor Maaseik

Op alle mogelijke manieren.

Welke dat zijn, zal in de komende periode blijken. Er zijn voldoende uitdagingen en de problemen verdwijnen niet vanzelf. Bovendien wil ik niemand teleurstellen die het vertrouwen in mij stelt, om te zoeken naar oplossingen. In tegenstelling tot de acties die ik de afgelopen jaren heb voorgesteld, denk ik nu op een groter draagvlak te kunnen rekenen.

Tot slot verwijs ik graag naar 2 leuke voorvallen tijdens mijn queeste.

Het begint pas

Tijdens mijn tocht door Aldeneik – op de voorlaatste dag van de campagne – vroeg iemand hoe ik mij voelde. Ik zei dat ik blij was dat het bijna gedaan was. Tenslotte was 14 oktober voelbaar dichtbij.

Maar Peter, sprak de lieve dame, voor jou begint het pas na 14 oktober.

Ik ken u

Omdat de problemen van de binnenstad bekend zijn – en in geen enkel partijprogramma concrete oplossingen worden aangereikt – organiseerde ik mijn weg vooruit in een winkelpand op de Bosstraat.

Toen ik voor de winkel een praatje stond te maken, kwam er een Nederlander voorbij. Hoi Peter, riep hij. De hand al wuivend in de lucht.

Dag, ken ik u, vroeg ik verbaasd.

Nee, maar ik u wel, zei hij glimlachend.

Mag ik dan ook weten vanwaar, vroeg ik nieuwsgierig.

Hij wees ondeugend naar mijn affiche op het winkelraam.

Ik dank jullie

lieve mensen

lieve kiezers

lieve Maaseikenaren

Mijn verkiezingscampagne was boeiend en vermoeiend. Ik ben een ervaring rijker, geen illusie armer. Daarvoor had ik geen streefdoel voor ogen. Het is wat het is. Ik heb mijn best gedaan … meer kon ik niet doen.